Lief vriendje,

30 januari 2020

Allerliefste Benco,

Toen je bij ons kwam was je nog zo klein. Jij hebt mij uitgekozen met je ondeugende bekkie, je  vrolijke oogjes. Je zat aan mijn veters te trekken. Je was de drukste van het nest, maar was ook de eerste die bij me lag te slapen.
Ik heb wat op je gemopperd. Als je weer iets kapot geknaagd had. Als je er wéér met een schoen of sok vandoor ging. Als je bananen in je oren had en niet meer bij me terug kwam.

Mijn steun en toeverlaat werd je. In de moeilijke tijd vorig jaar hebben we wat wandelingen gemaakt. Wandelingen waarin ik soms dacht dat ik urenlang zou willen lopen.
Mooie avonturen hebben we samen beleefd. Samen wandelen naar de Herenhof en daar samen een harinkje eten. En dan weer terug wandelen. We hebben shows samen gelopen. Jachttraining gedaan.
We hebben half Denemarken doorkruist met jou in de doggyride. Er was zelfs een mevrouw die met ons op de foto wilde.
Of die mevrouw op de braderie die we bijna van je áf moesten trekken. Omdat wij probeerden jou op te voeden en zij alleen maar wilde knuffelen.
Schoenen heb je kapot geknaagd. Je kussen. Knuffels. Dingen die de kinderen lieten slingeren.

Je vrolijke ondeugende ogen, je kwispelende staart en je (soms ook wel irritante) piepjes. “Gnorken” buiten op de stoep of ‘s morgens bij je eerste aai.
Liepen we rustig te wandelen, gooide jij je ineens op je rug om te gaan liggen rollen. Ondeugende draak!

We zijn samen naar jachttraining geweest. Naar puppytraining en de jonge honden training.
Toen oudste geboren was heb je me een week niet aangekeken.
Kilometers hebben we samen gelopen. Jij naast de kinderwagen. En soms als er iemand te dichtbij kwam ging je er tussen staan.
Als je vond dat ik te dichtbij een van mijn vrienden ging lopen kroop je ertussen.

Vriendje wat kan je snurken! We kunnen je soms boven horen!
Zo schattig als je droomt. Kwispelen in je slaap. Grommen en “praten” in je slaap.

Dinsdag hebben we gehoord dat het mis is. Je hebt een grote tumor in je buik. Technisch gezien kunnen we je laten opereren. Maar of alles dan weg is? En hoe kom je uit die operatie? Kom je überhaupt uit die operatie?
Meer dan 10 jaar ben je mijn vriendje geweest.
Oudste vroeg  wanneer je jarig bent. “Op 3 mei” antwoordde ik. “Maar Benco gaat geen 11 jaar worden.”
“Mama? Ik denk soms aan het leven zonder Benco.” Krak, daar ging mijn hart. En “als we geluk hebben kunnen we van mijn geld een nieuwe hond kopen”

Moeilijke beslissingen. Morgen moet ik je laten gaan. We gaan ’s morgens nog naar het strand. Woensdag heb je op de dijk nog achter je balletje aan lopen rennen. Zo dubbel want thuis slaap je alleen maar.  Ik wil nog lange wandelingen met je maken. Dat je mijn tranen weglikt als ik huil. Dat je op of aan mijn voeten komt liggen. Je starende ogen als je NU naar buiten wilt. Je reactie op “ga je mee?” Het leukste was als je dacht dat je niet mee mocht en je in de bench ging zitten. En dat je dan tóch mee mocht.

Maar ik moet ook eerlijk zijn. Je hebt een goed leven gehad. Ik wil niet dat je lijdt. En die lange wandelingen kunnen eigenlijk niet (meer) Je hebt ongemak van de tumor.

Toen kinderen krijgen niet vanzelf ging heb je uren bij me gelegen. Na de puncties was je zo lief voor me. Toen ik zwanger was van jongste moest ik goed opletten als we andere honden tegenkwamen omdat je zo beschermend was.

Kort nadat het met Gijs “aka de baas” gebeurde heb je heel wat uren bij me gelegen. Mijn tranen weggelikt. Met me meegewandeld. Me aan het lachen gemaakt. Je was de afleiding in moeilijke en zware gesprekken met hulpverleners.

Ik wil niet geloven dat het vanavond je laatste avond bij ons is. Ik ben er letterlijk ziek van. Ik kan alleen maar huilen. Het doet zo’n pijn je te moeten missen.
Ik kocht lekkere hapjes voor je. Een haring, konijnenoren en ik kookte kip en een ei voor je.
Vanaf dinsdag slaap ik beneden bij je, en oudste sliep daar gisteren ook. Het is fijn zo dicht bij je te zijn. Maar ook moeilijk. Eigenlijk wil ik alleen maar tegen je aan liggen en door je vacht kroelen. Maar je bent niet zo’n knuffelhond.

Buiten loop je nog naast me te dansen. Je komt soms nog met een balletje aanlopen en dan spelen we nog even. Maar je bent niet meer de ondeugende Benco die je was. Jongste zit iets te eten op de bank en je komt nieteens bij haar schooien. Soms neem je de koekjes niet aan. Je hebt moeite met gaan liggen en zitten.
Je spring niet meer op de bank als je iets denkt te zien of horen.
Je bent ziek.
Mijn hart breekt.

“Morgen krijg jij een spuitje
en dan wou ik maar één ding….
Lieve zieke Benco,
dat de tijd niet verder ging…”

(Frederieke, kinderen voor kinderen)

Deze column is ook verschenen op gezinindewachtkamer.nl

Leave a Reply

Recente reacties
Archief
Categorieën